Wat een week…

Hand in hand lopen we de wachtkamer in. Ik maak nog een quasi nonchalante slechte grap in de hoop mijn zenuwen wat te onderdrukken. Niet gelukt natuurlijk, mijn hartslag stijgt per minuut 10 slagen. Zul je ook net zien, het spreekuur loopt een kwartier uit…

Als mijn naam geroepen wordt staan we op en lopen we naar de assistente toe. Shit bekend gezicht… Mijn hartslag stijgt nog verder en alles in mijn lijf roept om omdraaien en wegrennen. Dit scenario ging al 400 keer door mijn hoofd dus ik heb hier op geoefend. ‘Maud, je mag niet omdraaien, je mag niet weg. Dit moet gebeuren. Als je nu weg gaat is de drempel de volgende keer nog vele malen hoger en dit MOET gebeuren.’

Met het lood mijn schoenen en mijn hart in mijn keel lopen we de gang in. Geen seconde laat Daan mij los. Als ik in zijn ogen kijk zie ik een mix van trots, medelijden en vertrouwen. We lopen helemaal naar het einde van de gang. Dan rechts.

Kut. Drie personen, kamer, licht, geluid, geuren. Alles wat ik de afgelopen weken aan zag komen wordt in 1 seconde getriggerd. Ik probeer alles te onderdrukken en ga zitten. Op twee ongemakkelijke klapstoelen die precies onhandig gepositioneerd zijn nemen wij plaats. Een één of andere stagiaire (sorry, no offence je zal officieel we de co zijn) en de assistente blijven staan. 4 paar ogen kijkt me aan.

‘Het uitstrijkje…’ begint de gynaecoloog. ‘Ja?’ antwoord ik. ‘Dat was niet goed, daarom ben je nu hier.’ ‘Ja duh!’, denk ik, maar kan gelukkig mijn gedachten voor me houden. Kort, bondig en vooral heel zakelijk vertel ik mijn ‘medische geschiedenis’ van het afgelopen half jaar. Nu voor de tweede keer een negatief uitstrijkje en dus een biopt. Tot zover de procedures.

Met een bibberstem hoor ik mezelf zeggen: ‘Uhm, had de huisarts verder nog iets opgeschreven?’ ‘Nee…?’ antwoord de gynaecoloog. Terwijl de eerste tranen over mijn wangen stromen vervloek ik de huisarts in mijn hoofd. Ze had nadrukkelijk beloofd mijn ptts te benoemen in de verwijzing, zodat de specialist hier van tevoren rekening mee kon houden. Nou, mooi niet dus.

Als ik begin met huilen zie ik de stagiaire met grote ogen kijken. ‘Wat heb ik nou aan m’n broek hangen?!’ Nou vriend, vrouw met gynaecologisch beval trauma, zet je schrap. De assistente en de arts kijken me vol professioneel empathisch vermogen aan. Ondertussen doe ik al snikkend mijn verhaal. Nadat ik weer een beetje tot mezelf was gekomen was het toch echt tijd voor de ingreep. Gelukkig ging dit erg goed en kon ik zelfs al weer slechte grappen maken. Ook de stagiaire was weer een beetje bekomen van mijn schrik en kon al weer wast gynaecologisch technische opmerkingen maken.

Eind goed al goed. Ik kreeg al weer praatjes en kon de ‘Misschien moet je hier nog iets mee?’ van de assistente terugkoppen met een ‘Zullen we gewoon afspreken dat ik hier nooit meer hoef te komen, dan loopt het ook wel los’. Touché my friend.

Opgelucht stappen we de auto in en rijden we naar huis. Als ik vraag hoe dit tafelreel voor Daan was antwoord hij: ‘Ik heb je nog nooit zo gezien… ik wist niet dat het nog zo…’ Hij vindt het duidelijk moeilijk om op de juiste woorden te komen, maar ik begrijp wat hij bedoelt. Ondertussen begin ik weer te huilen, te huilen van het verdriet dat ik nooit heb kunnen delen. De pijn die ik altijd alleen heb moeten dragen. De pijn van het trauma in plaats van de roze wolk. De pijn van het niet samen kunnen verwerken, maar een volledig therapie traject alleen afleggen, terwijl Daan op Missie in Mali was. Tegen de tijd dat hij terug was, was Eef ½ jaar oud en ik weer aardig op de rails.

De rest van de dag heb ik buikpijn en ben ik emotioneel wat gammel. Daan pakt ondertussen zijn tassen weer in…

Woensdag en donderdag voelen als een soort kater zonder drank. In combinatie met een ramvolle agenda, al weken slaaptekort en twee hysterisch slecht luisterende kinderen staat standje overleven weer aan.

En dan kan het niet uitblijven. Zo’n dag als vandaag.

Zo’n dag dat je aan alles voelt dat het een bleeeeehhh-dag wordt. Zo’n dag dat je in de ochtend een berichtje krijgt van Daan: ‘Lieverd, het wordt een dag later thuis, lukt dat voor jou?!’ En dat ik dan uiteraard ‘ja’ zeg en ondertussen denk: mijn hemel, ik had je zó nodig deze week… Zo’n dag dat je weer de hele dag half wel, half niet moet huilen. Ja, zo’n dag is het.

Nu ik deze blog schrijf voel ik eindelijk weer de rust komen. De rust die al weken weg is. Volgende week krijg ik de uitslag van het biopt, hopelijk mag ik hierna terugkijken op deze week als: ‘weer een stap voorwaards in de verwerking’.

Heel veel liefs, Maud

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. Martine schreef:

    Kop’op hoor. Laat de moed niet zakken. Achter de wolken schijnt de zon.😊

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.